Blog 4: Geoffrey West

Van cellen tot steden

 

Sam Harris is een Amerikaans filosoof en neurowetenschapper en maakt de populaire (en zeer aan te raden) podcast ‘Making Sense.’ De aflevering met Geoffrey West als gast is geweldig. Geoffrey West is een theoretisch natuurkundige die zich in zijn carrière bezig heeft gehouden met fundamentele vragen in de natuurkunde en biologie. In 2006 stond hij op de lijst van Time Magazine’s meest invloedrijke mensen ter wereld. In deze aflevering gaat het vooral over zijn boek ‘Scale: The Universal Laws of Growth, Innovation, Sustainability, and the Pace of Life in Organisms, Cities, Economies, and Companies.’ 

De hele aflevering is de moeite waard, maar blijf er vooral bij want het gaat op momenten behoorlijk de diepte in…

“It’s quite complicated mathematics and out of that pops these remarkable scaling laws.”

West komt met een formule waarmee je op basis van schaal (scale) haast universele voorspellingen kan doen over een enorme verscheidenheid van eigenschappen van organismen, maar ook bedrijven en zelfs steden. De vergelijking die hij trekt tussen natuur en onze zelfgemaakte systemen zijn onwaarschijnlijk interessant. Hij laat parallellen zien tussen ons brein en de netwerken van steden, tussen het bloedvatenstelsel van zoogdieren, de vertakkingen van bomen en het wegennet van steden.

Ook vertelt hij over de mogelijk- en moeilijkheden van eeuwig leven en deinst uiteindelijk ook niet terug om op basis van deze resultaten vooruit te kijken en te speculeren over de noodzakelijke veranderingen die nodig zijn voor onze toekomstige samenleving.

 

Op basis van zijn theorie kijkt hij zoals gezegd naar de overeenkomsten tussen verhoudingen en schaal in de natuur en wat je daarmee over steden kan zeggen en voorspellen. Een paar voorbeelden. Als organismen groter worden, neemt de snelheid van hun leven af. Alles gaat langzamer, waaronder de hartslag en het metabolisme, en ook het energieverbruik neemt relatief af waardoor het organisme langer leeft maar uiteindelijk natuurlijk wel sterft. Steden daarentegen kennen ‘open ended growth’, simpel gezegd: oneindige groei. Er zit een andere omdraaiing bij steden in relatie tot organismen: de snelheid van leven gaat sneller naarmate de steden groter zijn. In New York gaat het leven sneller dan in Utrecht. Mensen lopen zelfs sneller en transacties gaan ook sneller. En steden zijn ‘very hard to kill.’ Zelfs als we er een atoombom opgooien blijken ze te overleven, zoals we hebben kunnen zien.

Dat is aan de ene kant fantastisch want er is daarmee een onsterfelijke vorm van samenleven gevormd, maar tegelijkertijd is dit uiteindelijk natuurlijk onhoudbaar.

Er zit dus een ‘fatal flaw’ in dit model, namelijk de onmogelijkheid van oneindige groei.

Een bekend mantra uit de economie is dat alle problemen waar we tegen aan lopen op te lossen zijn met (versnellende) innovatie en dit is tot op zekere hoogte ook waar, stelt West. Maar uiteindelijk is innovatie slechts uitstel van het probleem. Daarom hebben we een paradigmaverschuiving nodig, een nieuwe kijk op onze definitie van groei. Groei wordt vrijwel altijd gemeten in kwantiteit, maar om het model van lineaire groei te kunnen kantelen is het nodig om groei anders te gaan meten. Bijvoorbeeld door het te definiëren in groei van kwaliteit van leven, of in groei van de mate van geluk.

De weg voorwaarts kan zijn om goed te kijken naar onze manier van leven, naar ons verlangen om steeds meer te willen en dit verlangen om te vormen naar een simpelere manier van leven. Het is noodzakelijk een vorm te zoeken waarin we wel nog waarde creëren en innoveren maar zonder de noodzaak van continue groei. Want dat is een paradigma dat we zelf hebben uitgevonden; een succesvol paradigma met een potentiële fatale fout. Daarom is er de noodzaak voor revolutionaire verandering in onze maatschappij, in onze houding. Waarin we ons succes en geluk niet voornamelijk linken aan ‘materalistic well-being’, maar (ook) aan andere waarden.

Toegegeven, dit is niet per se het gebied waar West zich het meest thuis voelt en hij zegt dan ook:

‘this is speculative, a bit flakey but it is something that we do need to come to terms with this question of this accelerating treadmill of innovation.’

Of, zoals Harris het omschrijft:

‘The sustainable future is some hybrid of super high tech perfection of IT and a greater ethical and intellectual norm of simplicity in some sense of attention and contentment and a contemplative life.’

Waarop Geoffrey West antwoordt:

‘That’s the challenge: is it possible to do any of that?’

Laten we het in elk geval proberen.